Artikel Magazine Seasons december/januari 2003
Het volgende artikel dat onlangs verscheen in het december/januari 2003 nummer van het magazine Seasons willen wij u niet onthouden.

Een kelim is niet alleen sfeer. Zegt tapijtkoper Frits Janssen. Kelims zijn emotie. "Frits kan het weten. Al vijfendertig jaar reist hij naar de bazaars, markten en knoperijen van 's werelds meest exotische landen. Hij kent de beste wevers en knopers van Nepal, Iran en Marokko, maakte vrienden onder tapijthandelaren in Pakistan, India en Afghanistan en kent de streekgewoonten in Turkije van noord naar zuid.
VERSLETEN SCHOONHEID
Al tientallen jaren is Frits Janssen onverminderd enthousiast op zoek naar bijzondere tapijten, naar puurheid en schoonheid van authentiek handwerk.

Een oer Hollandse man met een oer Hollandse naam, voor wie de geheimzinnige leefstijl in de achter afgelegen bergdorpen en enclaves een tweede leven is geworden. En voor wie de oosterse cultuur na al die jaren weliswaar iets minder raadselachtig, maar nog steeds even fascinerend is. Frits Janssen raakte niet in zijn eentje in de top van de Nederlandse tapijtkopers. Als kleuter dribbelde zoon Marc al achter zijn vader aan op de tapijtbeurzen, las thuis kinderboekjes op een antieke pers, en ging als tienjarige voor het eerst mee inkopen in Iran. Een ervaring die niet alleen onvergetelijk was, maar ook zijn lot besliste. Net als zijn vader leerde hij in Londen de fijne kneepjes van de handel, liep stage in Marokko waar hij alles leerde van tapijtknopen tot afwerken, en was toen klaar om zich bij zijn vader te scharen. Sindsdien schuifelen vader en zoon Janssen uit Holland door de kleurrijke bazaars en over de chaotische oosterse markten.
ZUIVERE VOLKSKUNST
Hoewel handgeknoopte tapijten voor Janssen Sr. en Jr. de hoofdbusiness vormen, kunnen ze nog steeds in vervoering raken bij het zien van geweven kelims. In hun winkels ligt tussen de duizenden geknoopte tapijten dan ook een schitterende oogst aan oude en nieuwe kelims. "Met zijn vaak bestorven kleuren en primitieve motieven is de kelim van oudsher een pure uiting van volkskunst," zegt Frits Janssen. "Wat de wevers om zich heen zagen verwerkten ze in hun kleden. Zo kun je vaak motieven herkennen van dieren. Maar je ziet ook veel botanische patronen, geïnspireerd door het landschap." Die traditie van huiselijke inspiratie en het verweven van persoonlijke ervaringen in hun kleden leeft nog steeds voort onder de wevers. Soms geeft dat navrante gevolgen. Zo zagen Frits en Marc enige tijd na de Russische invasie in Afghanistan kleden met figuren waarin de primitieve weergave van helikopters herkenbaar was. En van tanks en geweren. "Een schrijnende illustratie van het feit dat het maken van kelims de meest zuivere volkskunst is. Mensen laten zien wat er in hun omgeving gebeurt."
NEDERIGE KOMAF
Handgeknoopte tapijten waren eeuwen geleden in de oosterse wereld al geliefd als decoratie in huis. Hofkringen lieten kostbare tapijten met persoonlijke motieven en kleuren kop bestelling knopen bij speciale knoperijen. De Kelim was zo'n glamourous lot niet beschoren. Die is van nederiger komaf. Waar het rijke, handgeknoopte tapijt thuis hoorde in paleizen en moskeeën als een luxe ornament, was de kelim een gebruiksvoorwerp voor de rondreizende nomaden. Ze vervoerden er alles in dat mee moest op de kameel, baby's tot voedsel en huisraad. Als er werd gestopt en de tenten waren opgeslagen, maakte de schamele kelim zich nuttig als voorhang van de tent, om zonlicht en insecten te weren. Kelims werden puur voor eigen gebruik geweven en omdat er op de kameel niet ook nog plaats was voor een groot formaat weefgetouw, voeren de nomaden een smaller getouw met zich mee, wat verklaart hoe antieke kelims aan de lange smalle vorm komen.
DISCRETE SCHOONHEID
De eerste kelims kwamen uit de Kaukasus, uit de tijd ver voor Christus. Van daaruit werd de nomadentraditie overgebracht naar het Perzische rijk. Pas rond 1900 bereikten kelims het Europese continent, niet als decoratiefkleed, maar als verpakkingsmateriaal voor meer kostbare tapijten. Frits: "het is me in het begin nog wel eens overkomen dat kleden me werden toegestuurd in een schitterende oude kelim, die gewoon als pakpapier was gebruikt. Daaruit bleek wel dat in de landen van herkomst dat een kelim veel minder waardevol was dan bij ons." Pas in de zestiger en zeventiger jaren begon de kelim echt furore te maken als decoratief tapijt. Maar een massa trend zal het volgens Frits en Marc nooit worden: de kelim is voor mensen die houden van een sobere uitstraling, van de vaak mystieke motieven en vooral van de bestorven kleuren. Kortom, voor liefhebbers van discrete schoonheid. "De meeste Nederlanders hebben liever een dik, hoogpolig tapijt. Dat bovendien makkelijk schoon moet kunnen worden gehouden. De kelim is voor mensen die van traditie houden, een select gezelschap. Maar de Italianen zijn gek op versleten kleden met subtiele tinten, net zoals de Engelsen en Amerikanen. Daar wordt de pure schoonheid van het kleed gewaardeerd, de subtiele keurschakering."
VOLWAARDIGE KNOPERIJ
Frist en Marc kopen hun kleden in alle zogenoemde oorsprongslanden, Marokko, Turkije, Iran, Pakistan, Nepal en India. Alleen Afghanistan is te gevaarlijk geworden om nog te bereizen, wat betekent dat de hele Afghaanse tapijten markt is verhuisd naar Peshawar en Lahore. In dit grensgebied met Pakistan werken veel Afghaanse vluchtelingen als knopers en wevers. Maar ook Tibetaanse vluchtelingen werken vaar voor de tapijtenhandel. Zo leerde Frits Janssen al bijna twintig jaar geleden in Nepal een Tibetaanse vluchteling kennen, die een klein knoopraampje had. Frits nam de man in dienst en samen maakte ze van een enkel bescheiden tapijtje een volwaardige knoperij die nu twee keer per maand exclusief voor Janssen een collectie aflevert.
FELLE ZON
Hoewel Frits nog steeds regelmatig reist om de contacten met zijn leveranciers en knopers te onderhouden, heeft Marc de bulk van de inkopen van zijn vader overgenomen. Maar blasé is Janssen jr. nog lang niet. Als een zending tapijten binnenkomt, is hij nog even opgetogen als in de bazaar waar hij ze voor het eerst zag. Vooral de kelims koopt hij op zijn gevoel. Vaak onder het stof, met de sporen van jarenlang huiselijk gebruik, laten de meeste kelims niet meteen hun ware gezicht zien. Dat is niet zelden ontgoochelend. Vaak koop je een kleed dat er beeldschoon, ingetogen uitziet op de markt, maar na het wassen vraag je je dan af: wat heb ik hemelsnaam gekocht! Dan knipper je met je ogen bij zoveel kleur." Ook nieuwere kelims zijn vaak te kleurrijk voor de westerse smaak. Na een grondige wasbeurt worden de kelims daarom een poosje in de felle zon gehangen, waardoor ze hun meer bedrukte kleuring krijgen. Afhankelijk van hun uitbundigheid duurt dat een paar weken tot drie maanden. "De zon heeft daar zoveel kracht dat een kelim in zonlicht een heel andere uitstraling krijgt. Bij Iraanse tapijten kunnen we zelfs zien of ze in de moessontijd zijn geweven, of in de zomertijd."
NATUURLIJKE KLEURSTOFFEN
Veel kelimwevers werken nog met natuurlijke kleurstoffen, die een veel mooier effect geven dan synthetische verf. De synthetische kleurstoffen kleuren de wollen draad door en door, waardoor een egalere tint ontstaat. Maar Natuurlijke pigmenten worden niet helemaal door de wol geabsorbeerd, wat subtielere kleurnuances in een kelim geeft. "Er is per landveel diversiteit in kelims," zegt Frits. "Iraanse zijn weer anders dan Pakistaanse of Afghaanse , ze zijn net zo verschillend als de mensen zelf. Die hebben hun eigen sferen en emoties. Maar ook van streek tot streek verschilt een tapijt. Zo heb je in Zuid Iran de ghasghay, die vaak kleurrijker is dan de Noord Iraanse tapijten. Dat begrijp je als je van noord naar zuid reist in Iran, dan kom je van heel dor gebied in heel weelderige streek. Dat wordt in de tinten weerspiegeld."
EAST MEETS WEST
Intussen hebben vader en zoon vijf winkels in Nederland met een ontzagwekkende collectie tapijten, van Beloudj kelims met kwastjes en antieke perzen tot nieuw geknoopte of geweven kleden. Maar ondanks hun duizend-en-een-nacht leven zijn Frits en Marc echte Hollanders gebleven. En maar goed ook zegt Frits: "Zo gauw je je laat meenemen door het land, koop je de verkeerde kleden. In Iran zijn slaap je meestal bij de mensen thuis, daar liggen in alle kamers schitterende kleden, maar hier zouden die voor kitsch doorgaan. Oosterse huizen zijn schaars gemeubileerd, er wordt op de grond geleefd, met alleen zo'n mooi tapijt. Dan kun je je veel meer permitteren. Wij hier moeten het met meubels en gordijnen en lampen combineren. Dan kies je voor een ander kleed. Ik wil die mystieke wereld plaatsen in onze omgeving. Maar je zult in onze winkels nooit een minaretje aantreffen. Want we zijn hier in Nederland. East meets West, maar zonder de kitsch. Met de toenemende behoefte aan meer spiritualiteit en rust in een verschraalde wereld, ontdekken steeds meer mensen de serene sfeer van kelims. Ook de jongere generatie. Zegt Marc: "Mijn vrienden waren aangenaam verrast toen ze onze collectie voor het eerst zagen. Die dachten vooral aan oma's Perzische tapijtjes op tafel. Ik zie dat steeds meer jonge mensen de primitieve schoonheid van een handgeweven tapijt combineren met een eigentijds interieur. En eigenlijk is er niets mooiers".
TEKST: ALLY VAN DER PAUW. FOTOGRAFIE: MIRJAM BLEEKER. (Bron: Seasons, Jaargang 10, Editie 8)
terug