0418 651990

Productieproces

Marc Janssen legt in een trailer uit hoe een handgeknoopt tapijt in de knoperij van MARCJANSSEN in Nepal wordt gemaakt. Open trailer.

Wol 

Wol is de meest gebruikte grondstof in handgeknoopte tapijten en geweven kelims. Eeuwenlang gebruikten de nomaden wol voor zowel de ketting-, inslag- als pooldraad. De nomaden hebben veel kennis van hun kuddes schapen en zijn dan ook experts in het kiezen van de juiste wol voor de tapijten. De kwaliteit van de wol wordt bepaald door het soort schaap, de voeding en het klimaat. Wol van de nek en schouders van het schaap is het meest geschikt voor de tapijtproductie. 

Katoen

Tegenwoordig wordt door bijna alle tapijtknoperijen de voorkeur gegeven aan katoenen ketting- en soms ook inslagdraden. Katoen is sterker dan wol waardoor de spanning op het knoopraam beter is te verdelen. Zo wordt het makkelijker om een recht tapijt te produceren. Bij de vervaardiging van Kelims is het gebruik van katoen in de loop van de twintigste eeuw ook toegenomen doordat het zich uitstekend leent voor het verscherpen van de dessins en patronen.

Zijde

Zijde, de meest kostbare grondstof voor het produceren van tapijten, kan gebruikt worden voor zowel de ketting en inslagdraden als de pooltjes van het tapijt. De kwaliteit van zijde kan enorm variëren, MARCJANSSEN gebruikt alleen de beste kwaliteiten. Wanneer de zijden kettingdraden dichtbij elkaar gespannen worden kunnen ragfijne en scherpe patronen geknoopt worden tot wel 2 miljoen knopen per m². Zijden tapijten hebben een prachtige glans en zeer sterke vleug.